Eet als een expert 2.0 extra’s

Misinformatiebingo
Je scrollt even door Instagram en je hebt al bingo!
Een half ontblote man met een sixpack zweert bij het carnivoordieet: alleen vlees, nul koolhydraten en hij voelt zich beter dan ooit. Een influencer met 400.000 volgers toont haar ochtendroutine: lauwwarm water met citroen, een groen poeder van 30 superfoods en een handvol supplementen die evenveel kost als de weekboodschappen. En daarna verschijnt er een diëtist die dit allemaal ontkracht.
Wie heeft er nu gelijk? Gelukkig kun je misinformatie leren herkennen. En met onze misinformatiebingo wordt het ook nog leuk! Let wel: één kruisje op de bingokaart betekent niet automatisch dat iets onwaar is, maar het is wél een teken dat je kritisch mag zijn.
Rij 1. Wie praat hier eigenlijk, en waarom geloven we die persoon?
Je ziet een vrouw in een witte jas. Ze praat zelfverzekerd en vertelt dat ze biochemicus is. Je vertrouwt haar meteen. Maar waarom eigenlijk? Ons brein heeft een handige shortcut: als iemand er deskundig uitziet, nemen we aan dat die persoon het ook is. Een witte jas of een indrukwekkende titel is genoeg, ook als de inhoud niet klopt. Dat heet het halo-effect.
Vraag jezelf dus altijd af: heeft deze persoon echt een opleiding in voeding? Zo niet, dan is dat je eerste kruisje op de bingokaart: geen echte expert.
Strooit diezelfde persoon met onderzoeksresultaten? “Onderzoek toont aan dat…” Check dan eens of er daadwerkelijk een onderzoek achter zit. Als het antwoord alleen verwijst naar een eigen blog, kun je de claim niet controleren: geen controleerbare bronnen. Het volgende kruisje.
Let ook op wat er gebeurt als je een kritische vraag stelt. Word je genegeerd, weggezet als negatief of geblokkeerd? Grote rode vlag. Wie niet bereid is om een inhoudelijke discussie aan te gaan, is niet bezig met de inhoud maar met een verdienmodel. Kritiek wordt geblokkeerd: weer een kruisje.
En pas op voor de klassieker: “Ik ben arts, dus ik weet dat dit werkt.” Een titel is geen bewijs. Ook artsen kunnen het mis hebben. Beroep op autoriteit: bingo!
Ik trap er ook in
Marijke: “Ik kan de verkeerde voedingsinformatie heel goed scheiden van de juiste. Maar op andere vakgebieden is dat ook voor mij lastig. Zo kan mijn tandarts me een ingewikkeld verhaal ophangen over een nieuwe laserbehandeling die het glazuur versterkt via een speciaal enzym. Zij gooit er een paar technische termen in en ik heb geen idee of het waar is. Precies zo voelt het voor veel mensen als ze een orthomoleculair arts over detoxsappen horen praten.”
Rij 2. Hoe goed is het bewijs eigenlijk?
Stel dat de persoon wél een echte expert is, met een echte opleiding en controleerbare bronnen. Dan ben je er nog niet. Want ook de kwaliteit van het bewijs zelf verdient een kritische blik.
Veel claims zijn gebaseerd op zwak bewijs: een eigen ervaring, een experiment met muizen of slechts één studie. Het idee dat aspartaam kankerverwekkend zou zijn, komt bijvoorbeeld uit slecht uitgevoerde onderzoeken met ratten. Bij mensen is er geen bewijs.
Soms zijn er zelfs tientallen andere studies die het tegenovergestelde laten zien, maar waar niet over wordt gesproken. Dat heet cherrypicking. Neem de discussie over antinutriënten in volkoren granen en peulvruchten. Op internet lees je regelmatig dat je deze producten beter kunt vermijden, omdat antinutriënten de opname van mineralen zouden remmen. Dat klopt in theorie, maar veel van die claims zijn gebaseerd op onderzoeken met grote hoeveelheden geïsoleerde stoffen. Dat is iets heel anders dan een gewone maaltijd, waarin voedingsstoffen elkaar beïnvloeden. Bovendien neemt de hoeveelheid antinutriënten af door koken, weken en fermenteren en lijken ze ook gezondheidsvoordelen te hebben. Door alleen die onderzoeken uit te lichten, ontstaat een misleidend beeld. Meer over antinutriënten lees je in Eet als een expert 2.0 op pag. 39
Dan is er nog een veelgemaakte denkfout: correlatie is geen oorzaak. Landen waar veel chocolade wordt gegeten, hebben meer Nobelprijswinnaars. Er is dus een correlatie (verband) tussen chocolade en Nobelprijswinnaars te vinden. Maar maakt chocolade dus slimmer? Nou, nee, want dat verband zegt niets over oorzaak en gevolg.
Soms moet eeuwenoude wijsheid het bewijs leveren. Het paleodieet is daar een goed voorbeeld van: onze voorouders aten zo, dus het moet wel gezond zijn. Maar oud is niet hetzelfde als goed (lees onderaan de pagina waarom).
Rij 3. Waarom klinkt dit zo logisch, ook als het dat niet is?
Oké, de persoon heeft misschien geen echte expertise en het bewijs rammelt. Maar het klinkt zo overtuigend. Hoe komt dat?
Het begint vaak met emotionele manipulatie. “Ben je het zat om elke dag moe te zijn?” Een vraag als deze raakt een gevoel, niet je verstand. En als je je aangesproken voelt, sta je veel opener voor wat er daarna komt.
Daarnaast zijn veel voedingsclaims zo verpakt dat je ze bijna niet kunt weerleggen. De bekende truc is indrukwekkend jargon. “Linolzuur wordt in het lichaam omgezet in arachidonzuur, dat ontstekingsbevorderende eicosanoïden vormt.” Zo klinkt de claim dat zaadolie giftig is, heel overtuigend. Maar grote studies bij mensen laten het tegenovergestelde zien: zaadoliën beschermen juist het hart. Meer daarover lees je op pagina 255 van Eet als een expert 2.0.
Ook als iets heel stellig klinkt, absolute zekerheid dus, mag je het wantrouwen. “Kraanwater is vervuild en onveilig.” Toch voldeed in 2024 99,84% van de Nederlandse drinkwatermetingen aan de strenge normen. Wetenschap is nooit zwart-wit. Ruimte voor twijfel is juist een teken van betrouwbaarheid, niet van zwakte. Meer over kraanwater lees je op pagina 175 van Eet als een expert 2.0.
En wie iets heel stellig afwijst, komt vaak ook met een even stellige oplossing. Liefst iets natuurlijks. “Kokosvet is gezond, want het is natuurlijk.” Maar natuurlijk zegt niets over gezond. Alcohol is natuurlijk. Asbest ook. De herkomst van een stof bepaalt niet of het goed voor je is.
Rij 4. Wat wordt er nu echt gezegd?
Tot nu toe ging het over hoe iets wordt gebracht en door wie. Maar wat wordt er eigenlijk gezegd? En minstens zo belangrijk: wat wordt er níet gezegd?
Een veelgebruikte truc is pseudowetenschap: claims die wetenschappelijk klinken, maar het niet zijn. Detoxkuren zijn daar een goed voorbeeld van. “Dit drankje spoelt alle gifstoffen uit je lichaam.” Klinkt aannemelijk, maar niemand kan je vertellen welke gifstoffen er precies verdwijnen als je een gembershotje drinkt. Je lever, nieren en darmen doen dat werk al dag en nacht, gratis. Meer over detoxen lees je in Eet als een expert 2.0 op pag. 85
Vaak draait alles om één product of ingrediënt. Appelazijn. Kurkuma. Collageen. Het wordt gepresenteerd als de basis van gezondheid, de oplossing voor bijna alles. Maar gezondheid gaat nooit over één enkel product.
Soms gaat de misinformatie nog verder en wordt normaal voedsel weggezet als verboden voedsel. “Haver is giftig vanwege antinutriënten.” Zo’n uitspraak zaait onnodige angst en verstoort een gezonde omgang met eten. Haver is juist een van de gezondste granen die er zijn.
En dan is er de anti-medische houding. “Artsen houden je expres ziek zodat de farmaceutische industrie geld verdient.” Dit soort uitspraken zaait wantrouwen in de reguliere zorg. Het kan mensen ervan weerhouden hulp te zoeken als ze die wel nodig hebben.
Rij 5. Wat wordt er beloofd, en is dat realistisch?
Vaak komt er een grote belofte. Seedcycling belooft dat de juiste zaden (zoals sesamzaad of chiazaad) op het juiste moment in je cyclus je hormonen in balans brengen, je acne oplossen, je PMS verminderen en je vruchtbaarheid verbeteren. Als een soort wondermiddel. Eén simpel eetschema dat alles regelt. Maar het wetenschappelijk bewijs voor seedcycling ontbreekt volledig. Zo werkt je lichaam niet; geen enkele stof heeft zo’n breed effect. En als iets te mooi klinkt om waar te zijn, is het dat meestal ook.
Om je te overtuigen worden vaak voor- en nafoto’s zonder context gebruikt. Zonder informatie over het tijdsbestek en wat er verder nog veranderde in iemands leven. Soms zijn ze gewoon nep.
Vaak zijn de beloftes onrealistisch en snel. “Val tien kilo af in een week.” Wie wil er nou niet een snel resultaat? Maar gezondheid vraagt tijd. Shortcuts bestaan niet, hoe graag je ze ook zou willen.
En vaak wordt gedaan alsof wat voor één persoon werkte, voor iedereen werkt. Die overgeneralisatie is misschien wel de grootste valkuil. Want jij hebt andere genen, een andere levensstijl en andere behoeften dan de persoon op je scherm. Mensen die het carnivoordieet promoten, zweren dat ze zich nog nooit zo goed hebben gevoeld: geen ontstekingen, geen vermoeidheid, geen ziekten meer. Maar anekdotes zijn geen bewijs. Wat grote studies wél laten zien: rood en bewerkt vlees eten verhoogt je risico op hart- en vaatziekten en darmkanker. Meer daarover lees je op pagina 235 in Eet als een expert 2.0.
Rij 6. Waarom wordt het geheim gehouden?
Achter veel misinformatie over voeding zit een verdienmodel. Dat is niet verboden, maar het is wel belangrijk om te weten. Want wie iets te verkopen heeft, heeft er belang bij dat jij gelooft wat die zegt.
De meest doorzichtige versies zijn de affiliate link en de eigen shop. “Gebruik mijn kortingscode!” Bij elke aankoop via de code verdient de influencer mee. Het advies klinkt persoonlijk, maar is gewoon reclame.
Soms wordt het nog exclusiever gemaakt met een geheim achter een betaalmuur: “Het echte geheim staat in mijn e-book van 49 euro.” Om de verkoop verder aan te jagen wordt er vaak druk gezet met een schaarstetruc: “Alleen vandaag 50% korting!” De tijdsdruk zorgt ervoor dat je minder nadenkt en sneller koopt.
En als al het bovenstaande niet genoeg is, komt het complotdenken. “De industrie wil niet dat je dit weet.” “Artsen houden informatie achter.” Het zet betrouwbare bronnen weg als verdacht en presenteert de verkoper als de enige die de waarheid durft te vertellen.
Paleo: Bingo!
Het paleodieet scoort meerdere keren op de bingokaart: eeuwenoude wijsheid als bewijs, absolute zekerheid over wat oermensen aten en een belofte die voor iedereen zou werken. Terwijl we eigenlijk niet eens precies weten wat onze voorouders aten.

Het paleodieet: hoe we vroeger aten is niet per se gezonder
Door Rob van Berkel
Onze verre voorouders in het paleolithicum, van 2,5 miljoen tot 12.000 jaar geleden, waren jagers-verzamelaars. De aanhangers van het paleodieet zijn geïnspireerd door het eetpatroon van deze voorouders, vanuit het nostalgische idee dat vroeger alles beter was. De gedachte is dat ons lichaam door jarenlange evolutie genetisch is aangepast aan dat paleo-eetpatroon. En dat we door terug te gaan naar dat eetpatroon gezonder kunnen worden. Daarvoor zouden we granen, peulvruchten en zuivel moeten vermijden omdat ze verantwoordelijk zouden zijn voor veel chronische ziekten van nu. Maar daar zijn kanttekeningen bij te plaatsen.
Ten eerste weten we helemaal niet wat het eetpatroon van onze verre voorouders was. Wat ze aten was afhankelijk van regio, klimaat, weer, bodem en van wat er beschikbaar was. Er was dus niet één paleo-eetpatroon. Waarschijnlijk aten mensen in het paleolithicum in ieder geval groente, fruit, noten, zaden, eieren, mager vlees (wild), vis en soms honing. Graanproducten, peulvruchten en zuivel ging de mens pas later eten, na de landbouwrevolutie.
Ten tweede kiest evolutie voor eigenschappen die bijdragen aan overleven, kinderen krijgen en ze grootbrengen, en minder voor een goede gezondheid op latere leeftijd. Onze voorouders werden bovendien veel minder oud dan wij nu, en de chronische ziekten waar we nu mee kampen, kregen simpelweg geen kans om zich te ontwikkelen.
Het bewijs voor het moderne paleo-eetpatroon is niet overtuigend. Sommige onderzoeken vinden aanwijzingen dat het gunstig is voor onder andere je lichaamsgewicht, bloeddruk en LDL-cholesterol. Maar die onderzoeken zijn klein, van korte duur en lage kwaliteit, en er is mogelijk belangenverstrengeling. Andere eetpatronen, zoals het mediterrane of Scandinavische eetpatroon en de Schijf van Vijf, doen het minstens zo goed. Sterker nog: het schrappen van volkoren granen en peulvruchten is juist onverstandig. Die voedselgroepen dragen bij aan een goede gezondheid.
Wat onze voorouders ons wél kunnen leren? Om veel groente, fruit, noten en weinig bewerkt voedsel te eten.
Alle bronnen bij dit stuk vind je in de referentielijst bij Eet als een expert 2.0.

