- I'm a Foodie - https://www.iamafoodie.nl -

Voedselzekerheid: niet zo vanzelfsprekend

Snel na je werk nog even boodschappen doen voor het avondeten. Met pijn en moeite vanmorgen aan de keukentafel besloten dat je aardappeltjes met spinazie en een eitje gingen eten. Kom je bij het schap: geen spinazie. Superirritant, toch? Maar misschien moeten we hier met zijn allen langzaamaan gaan wennen. Dat niet alle schappen in de supermarkt altijd gevuld zijn. Want het systeem waar onze voedselzekerheid op is gebaseerd begint aan alle kanten te kraken. En ik ga hier proberen te duiden waarom.

De inrichting van het voedselsysteem

Om ons huidige voedselsysteem te kunnen verklaren moeten we een stukje terug in de tijd. Zo’n 12.000 jaar geleden zijn mensen planten gaan cultiveren en dieren gaan houden en dat is het begin geweest van het huidige voedselsysteem. Het was wel makkelijk, want je kon gewoon op één plek blijven wonen en je hoefde niet meer met je speer achter een hert aan; of je nootjes te rapen in de bush. Dus heb je meer tijd over om wat met het gecultiveerde voedsel te doen. Je kunt granen gaan bewerken en brood gaan bakken bijvoorbeeld.  Dat was de start. Vervolgens gingen we landbouwproductie optimaliseren door diverse uitvindingen. Dan maken we een megasprong in de tijd en komen we uit bij de industriële revolutie, die startte halverwege de 18e eeuw. Toen zijn we qua voedselproductie een beetje van het padje geraakt. Door machinaal te werken kon er meer voedsel worden geproduceerd op hetzelfde oppervlak; er waren minder boeren nodig; mensen trokken naar de stad; er werden conserveringstechnieken uitgevonden waardoor je voedsel langer houdbaar kon maken en waardoor je voedselzekerheid kon vergroten, ook voor de arbeiders in de stad. De afstand tussen producent en consument was ineens een grote kloof geworden; en in plaats van een circulair voedselsysteem ontstaat er een lineair systeem met verlies van grondstoffen (1,7).  De huidige productiemethoden zijn nog steeds gebaseerd op wat tijdens de industriële revolutie is ontstaan: zo veel mogelijk produceren om de prijzen zo laag mogelijk te houden en voedselzekerheid te garanderen. Na de Tweede Wereldoorlog namen – mede door de bevolkingsgroei – de innovaties in de voedselproductie toe en daarmee nam de voedselzekerheid een enorme vlucht. Vanaf dat moment ging ook de ontwikkeling van gemaksproducten (met ingrediënten van over de hele wereld) snel. Misschien een wat ruime intro, maar het toont wel aan dat we niet meer helemaal begrijpen hoe primaire productie van voedsel werkt.

Voedselzekerheid

Honger versus overvloed

Ons huidige voedselsysteem is dus gebaseerd op veel en goedkoop produceren zonder (lands)grenzen. Ingrediënten komen overal vandaan. Dit systeem heeft geleid tot een kleine 700 miljoen mensen die ernstig overgewicht (obesitas) hebben. Maar ondanks het feit dat we aanzienlijk méér voedsel (qua calorieën en eiwitten) produceren dan we per hoofd van de wereldbevolking nodig hebben, stijgt het aantal mensen met ondervoeding voor het 3e jaar op rij. Liefst 821 miljoen mensen (= 11% van de wereldbevolking!) leidt honger (3). En dan wordt voorbijgegaan aan die mensen die op een andere manier ondervoed zijn, zoals een tekort op één of meerdere vitamines of mineralen. Want dan komen we uit op een dikke 2 miljard ondervoede mensen (2). Oef. Ergens in het systeem gaat het dus mis. De primaire productie levert ruim het dubbele qua calorieën op dan dat een gemiddeld mens nodig heeft (5). Dat verklaart wel de mensen met obesitas, maar niet die met honger. Honger en voedselonzekerheid wordt vaak veroorzaakt door extremen in het klimaat, conflicten en economische recessies (3). En ironisch genoeg kan juist voedselonzekerheid niet alleen leiden tot honger maar ook tot overgewicht. Als je weinig voedsel beschikbaar hebt kies je niet voor een stengel bleekselderij maar voor voedsel dat in compacte vorm veel calorieën levert: voedsel met veel vet en suiker en weinig voedingsstoffen (2). Goedkoop en geraffineerd voedsel dus! Dat, terwijl in westerse landen extreem veel (goed) voedsel wordt weggegooid. Dit gebeurt op heel veel verschillende levels: verspilling in de primaire productie, thuis, of vanwege hygiëne wetgevingen in de horeca en de retail. Wereldwijd wordt per jaar ruim 1,3 miljard ton aan voedsel weg gegooid in de route van de primaire productie tot en met de consument (6). In Nederland gooit een gemiddeld huishouden maar liefst 41kg aan voedsel per jaar weg (14). Als dit niet aantoont hoe verknipt ons voedselsysteem is, weet ik het ook niet meer.

Land, water en energie

Goed, we produceren meer voedsel dan we nodig hebben en dit is ongelijk verdeeld.  Maar hoe erg is dat nu werkelijk? We kunnen er toch voor zorgend dat we dit beter gaan verdelen? Nou nee, dat kunnen we niet (echt). De wereldwijde voedselindustrie is zo complex dat dit een illusie is (9). Lage versus hoge inkomenslanden, kleinschalige versus grootschalige productie. Oorlogen. Politieke processen. Handelsovereenkomsten. Het is niet zo simpel als het lijkt. Maar die overproductie drukt hard op de voorraden van de aarde: land, water en energie. 80% van de ontbossing wereldwijd is ten bate van voedselproductie (2). En hoewel de ontbossing de laatste jaren wat vertraagt gaat er veel bos verloren voor landbouwgrond (6). Planten gebruiken CO2 als voedingsbron. Een daling van het aantal bossen – o.a. voor de productie van palmolie en veevoer voor dieren – zal de impact van de CO2 uitstoot alleen maar vergroten en daarmee de opwarming van de aarde versnellen. Daarnaast zorgt een intensieve bebouwing voor een ander probleem: namelijk het verlies van mineralen in de bodem (2). Planten hebben namelijk niet alleen CO2 nodig maar ook mineralen zoals fosfor. De verliezen van noodzakelijke voedingsstoffen in de bodem door intensieve landbouw en gebruik van kunstmest is aanzienlijk (15). Niet alleen het verdwijnen van bossen voor landbouwgrond is op zich een probleem. Bossen worden vaak platgebrand, wat zorgt voor maar liefst 20% van de totale uitstoot van broeikasgassen wereldwijd (6). Iets om over na te denken wanneer je bammetje met pindakaas van een populair merk (met palmolie) aan het smeren bent. Bossen zijn verder ook nodig voor een goede waterhuishouding. Maar ook met die waterhuishouding zijn er problemen. Met maar liefst 70% van het beschikbare zoete water op aarde wat we voor voedselproductie gebruiken kun je je voorstellen dat er ergens anders iets misgaat: namelijk in andere ecosystemen (6). Intensief gebruik van de bodem zorgt dus voor verschillende problemen. Ik zal daarom maar even niet te beginnen over de enorme hoeveelheid energie die het kost om voedsel te produceren en bewerken (2).

Biodiversiteit

Land, water en energie: drie belangrijke limiterende factoren aan ons voedselsysteem. Maar wat de denken van biodiversiteit? Biodiversiteit zorgt voor het in standhouden van ecosystemen. Het gaat om de diversiteit van verschillende soorten planten en dieren in een ecosysteem, maar óók om de diversiteit aan rassen binnen één soort. Een – door de media iets overdreven – voorbeeld van de banaan toont aan dat we zo eenzijdig zijn gaan kweken dat uitsterven van voedingsmiddelen een reëel scenario zou zijn (16). Als je een superras kweekt wat resistent is voor weersinvloeden en andere biologische invloeden zoals schimmels en bacteriën leidt dat tot een grote opbrengst en voedselzekerheid. Maar als het doemscenario optreedt en er toch bijvoorbeeld een schimmel of bacterie een ras aantast kan die voedselzekerheid juist omkeren in voedselonzekerheid. Insecten zijn belangrijk in het handhaven van biodiversiteit (17). Door monoculturen te creëren, dus grote percelen landbouwgrond met maar één gewas, daalt het aantal insecten, wat ook weer de biodiversiteit vermindert (18). Het is juist die biodiversiteit die ecosystemen in stand houdt.

Het klimaat

Met het huidige voedselproductiesysteem zijn we op dit moment – in ieder geval in de hoge inkomenslanden – verzekerd van voldoende voedsel ook al gaat dit ten koste van land, water en energie. Maar omdat we de aardse bronnen zo intensief gebruiken én daarbij uitstoot van broeikasgassen genereren wordt het klimaat beïnvloed. De extremen in het klimaat worden groter waardoor er droogte, stormen, overstromingen en periodes van (extreme) temperaturen elkaar steeds sneller opvolgen (2,3). Natuurlijk zorg niet alleen ontbossing zorgt voor CO2 uitstoot. Ook de wereldwijde voedselproductie is verantwoordelijk voor een aanzienlijke uitstoot van broeikasgassen, namelijk een dikke 21%. Dat is meer dan pakweg de transportindustrie (die overigens ook nodig is voor het vervoeren en produceren van voedsel) (2). Met een verwachte bevolkingsstijging van een dikke 7,5 miljard nu tot rond de 10 miljard aardbewoners in 2050 is dat niet een heel rooskleurig scenario. Er zal namelijk aanzienlijk meer voedsel moeten worden geproduceerd wat energie, land en water kost én zorgt voor uitstoot van broeikasgassen.  Dat is niet het enige probleem van een stijgende voedselvraag.  De productie van voedsel is gebaseerd is op de ‘oude’ klimatologische omstandigheden (3). De vraag reist of dit houdbaar is met veranderende temperaturen en weersomstandigheden.  Het veranderende klimaat is een belangrijke, zo niet de belangrijkste, limiterende factor aan het huidige voedselsysteem.

Consumptie van dierlijke producten

Het veranderende klimaat wordt dus mede veroorzaakt door de voedselindustrie en in het bijzonder de vleesindustrie. De stijgende consumptie van de minst efficiënte bronnen van menselijk voedsel, vlees, is een belangrijke schakel in de klimaat problematiek. Productie van dierlijke voedingsmiddelen – met als koploper rundvlees – zorgt voor een enorm verlies in eiwit en energie. Immers, dieren moeten worden gevoed met plantaardig eiwit (wat landbouwgrond kost en voor ontbossing zorgt) en moet vervolgens worden verwerkt (wat energie en water kost). Gemiddeld gaat zo’n 80% (!) van de hoeveelheid eiwit verloren als plantaardige eiwitten worden omgezet in dierlijke eiwitbronnen (7, 10, 11). In lagere inkomenslanden en opkomende economieën is de vleesconsumptie in de laatste jaren maar liefst verdrievoudigd (2). Het eten van vlees is immers van oudsher een teken van status en rijkdom. (1). Het terugdringen van dierlijke consumptie en het verhogen van de consumptie van een diversiteit aan plantaardige producten is één van de sleutelpunten in het oplossen van alle geschetste voorgaande issues: land, water, energie, honger, biodiversiteit en klimaatsverandering (4,5).

Conclusie

De manier waarop wij voedsel (en energie, en goederen) produceren vraagt nogal veel van de aarde. Het draagt bij aan klimaatsverandering, en tegelijkertijd bedreigt die klimaatsverandering onze voedselzekerheid. We hebben een systeem gecreëerd waar we zelf de controle over dreigen te verliezen tenzij we heel, heel snel iets substantieels gaan doen.  Dat wij als burgers proberen minder (vlees) te consumeren is uitstekend. Dat we proberen lokaal geproduceerd voedsel te eten is prima. Ook zijn echt wel goede initiatieven om efficiënter en milieuvriendelijker voedsel te produceren zoals de zoektocht naar nieuwe eiwitbronnen en vernieuwende productiemethoden zoals vertical farming (19,20). Maar met deze acties en initiatieven gaan we vooralsnog de planeet niet redden; en onze voedselzekerheid ook niet. Voedselzekerheid en het klimaat gaan hand in hand. Het is niet een discussie die we moeten voeren tussen neus en lippen door. Het is niet een discussie die zo nu en dan op de politieke agenda moet staan. Het is de enige discussie die we moeten voeren. De rest is allemaal ruis. ‘Klimaatspijbelaars’ wordt ongetwijfeld het woord van 2019. Terecht. Krachten van onderaf zijn essentieel om ervoor te zorgen dat we de klimaatsverandering tegengaan niet teruggaan naar een situatie van (extreme) voedselonzekerheid, wat onherroepelijk zal gaan leiden tot internationale conflicten. Voedsel en water zijn zulke basale levensbehoeften. Daar wil je wel een robbertje voor uitvechten. Klimaat spijbelen. Misschien moeten we dat allemaal wel gaan doen. Want hoewel het in theorie best mogelijk is om voedsel te kweken op andere planeten is er in de praktijk geen Planet B (21).

Bronnen

  1. Tansey, G. & Worsley, T. (1996). The Food System, a guide. Chapter 3. Modern Food where did it come from? Eartscan, New York, U.S.A.
  2. 2017. The future of food and agriculture – Trends and challenges. Rome
  3. FAO, IFAD, UNICEF, WFP and WHO. 2018. The State of Food Security and Nutrition in the World 2018. Building climate resilience for food security and nutrition. Rome
  4. Nelson, M.E. et al. Alignment of Healthy Dietary Patterns and Environmental Sustainability: A Systematic Review. Adv Nutr. 2016 Nov; 7(6): 1005–1025
  5. Steffen, W. et al. Planetary boundaries: Guiding human development on a changing planet. Science, 2015. 347(6223)
  6. 2018. The State of the World’s Forests 2018 – Forest pathways to sustainable development. Rome
  7. Alexander, P. et al. Losses, inefficiencies and waste in the global food system. Agricultural Systems, May 2017, 153:190-200
  8. 2018. The State of Food and Agriculture 2018. Migration, agriculture and rural development. Rome
  9. 2015. Global Nutrition Report 2015. Actions and accountabilityto advance nutrition and sustainable development. Washington, DC
  10. 2014. Food losses and waste in the context of sustainable food systems. A report by the High Level Panel of Experts on Food Security and Nutrition of the Committee on World Food Security. Rome
  11. 2011. Global food losses and food waste. Extent, causes and prevention. Rome
  12. De Volkskrant. Mogelijk grootste landbouwdoorbraak in tijden: 40% meer opbrengst uit gewassen. 4 januari 2019. Geraadpleegd op 9 maart 2019
  13. Nieuwe oogst. Vertical farming helpt om 9 miljard mensen te voeden. Geraadpleegd op 9 maart 2019
  14. Voedingscentrum. Nieuwe cijfers voedselverspilling in huishoudens. Geraadpleegd op 9 maart via
  15. Amery, F. & Vandecasteele, B. 2015. Wat weten we over fosfor en landbouw? Deel 2: Fosforverliezen en gevolgen voor water. Merelbeke, ILVO
  16. Wanneer je straks misschien geen banaan meer kan eten. Geraadpleegd op 9 maart 2019
  17. Samways, M.J. Insects in biodiversity conservation: some perspectives and directives. Biodiversity & Conservation. June 1993, Vol 2, Issue 3, p 258–282
  18. Sanches-Bayo, F. & Wyckhuys, K.A.G. Worldwide decline of the entomofauna: A review of its drivers. Biological Conservation, Vol 232, April 2019, p 8-27
  19. Dossier Vertical Farming. Geraadpleegd op 9 maart 2019
  20. Aiking, H. & Boer de, J. The next protein transition. Trends in Food Science & Technology, July 2018
  21. Q&A with Wieger Wamelink – Mars and moon soil researcher. Geraadpleegd op 9 maart 2019 via