Er zijn diverse (kleine) verschillen tussen richtlijnen wereldwijd voor het exacte moment van starten met vaste voeding.  Ze variëren grofweg van het introduceren van vaste voeding tussen vier en zes maanden (België en Nederland) tot het starten met zes maanden (VS, Verenigd Koninkrijk en WHO). Deze verschillen hebben vooral te maken met de interpretatie van de resultaten uit wetenschappelijke onderzoeken over de relatie tussen het startmoment en de gezondheid van de baby. 

Over drie dingen is de wetenschap het eens

  • Begin bij voorkeur niet met het aanbieden van vaste voeding voor je baby vier maanden oud is, en ook niet later dan zes maanden. Vóór vier maanden wordt afgeraden omdat er mogelijk nadelige gezondheidseffecten zijn. Vanaf ongeveer zes maanden hebben baby’s ook voedingsstoffen nodig uit andere voeding dan melk.Daarom raden alle richtlijnen aan om niet langer dan zes maanden te wachten met het starten van vaste voeding.
  • Baby’s kunnen tot een leeftijd van zes maanden al hun voedingsstoffen uit melk halen, of dat nu moedermelk of kunstmelk is. Op dat vlak is het dus niet noodzakelijk om eerder te starten met vaste voeding. Uit onderzoek weten we ook dat er tot de eerste verjaardag van je baby geen verschil qua groei is of je nu op vier of zes maanden start met vaste voeding. Dat geldt zowel voor baby’s die moedermelk als kunstmelk krijgen. 
  • Bij kinderen met ernstig eczeem of een vastgestelde ernstige allergie (geen pinda-allergie) kan de introductie van pinda(kaas) vóór zes maanden de kans verkleinen op het ontwikkelen van een pinda-allergie. 

Meer weten?

In ons boek Eet als een expert mini vertellen Rolinde (wetenschapper, kinderdiëtist, lactatiekundige) en Eline (wetenschapper, lactatiekundige en apotheker) je alles over voeding voor kinderen tussen de 0-2 jaar.